NIEUWS
0

Zestien aspiranten aan de start voor de tweede manche van de Limburgse Mountainbike Trophy.   Plaats van de afspraak was het domein Het Laer in Opglabbeek waar de mountainbikers een veldritparcours onder de wielen kregen geschoven.   Maar niet getreurd, door het droge weer de afgelopen dagen werd het een supersnelle zware race.   A95 kon in de eerste halve ronde nog in het wiel blijven van de ongenaakbare Didier Bats (Daikin Cycling) die ook vandaag terug een solokoers moest rijden.   In de achtergrond liet A95 met nog acht ronden te gaan wijselijk de achtervolgers terugkomen.   Met een groepje van drie renners zou er worden gestreden voor de felbegeerde tweede plaats.   Maar Rik Cauberghs, die vorige week nota bene de ganse koers in het wiel van A95 had gereden om dan de derde plaats af te snoepen, moest nu vroeg in de wedstrijd door het hoge tempo de rol lossen.   Ronden lang reden Tim Leenaers (Sport en Steun) en A95 afwisselend aan kop over het parcours.   Met de les van vorige week wist A95 nu dat hij niet de ganse tijd aan kop moest gaan rijden.    Maar de twee jaar oudere Tim Leenaers liet zich niet altijd die koppositie opdringen.   Het werd met andere woorden een tactische race.   In de laatste ronde werd nog voortdurend van plaats gewisseld, maar A95 kon op het beslissende moment de leiding nemen.  Tim Leenaers liet niet zomaar begaan en probeerde nog langszij te komen.    A95 kon nog net op tijd in de laatste bocht bergop de figuurlijke deur dicht doen om als eerste de smalle s-bocht voor de aankomstlijn in te gaan.   A95 moest er wel nog een sprintj uitpersen om de veertienjarige Tim Leenaers achter zich te houden.   De twaalfjarige A95 kon dus tussen de grote jongens plaatsnemen op het podium en schitteren met de zilveren medaille.   In het klassement van de twaalfjarigen staat A95 nu met ruime voorsprong aan de leiding.   In de scratch een onverwachte tweede plaats met vier punten achterstand op topfavoriet Didier Bats.

Volgende week worden de renners verwachten in het domein Witteberg te Achel.

Comments are closed.